Auto-immuun protocol (AIP): welke voeding vermijden, hoe en waarom?

Het auto-immuun protocol, afgekort tot AIP, is een voedings- en leefstijlprotocol dat speciaal is ontwikkeld om symptomen bij auto-immuunziekten te verlichten. Voeding is een belangrijk onderdeel van het AIP. Voeding kan je beter of juist zieker maken. Verschillende stoffen in de voeding zijn in staat om het immuunsysteem te triggeren, waardoor zij bijdragen aan de ontwikkeling en het in standhouden van klachten bij een auto-immuunziekte.

Maar welke voedingsmiddelen zijn dit precies?

Ik leg het je graag uit in dit artikel.

Eliminatie-provocatie dieet

Ieder persoon is anders en de reacties op voedingsmiddelen verschilt dan ook per individu. Het is belangrijk om te weten dat dit protocol speciaal is ontwikkeld voor mensen met auto-immuunziekten en spijsverteringsproblemen. In de praktijk blijkt dat deze mensen gevoeliger zijn voor bepaalde voedingsbestanddelen dan gezonde mensen. Sommige voedingsmiddelen die bij gezonde mensen een positief effect op de gezondheid hebben, kunnen bij mensen met spijsverteringsproblemen en auto-immuunziekten juist tot klachten leiden. Het AIP dieet is niet bedoeld voor de gezonde Nederlander. Voor gezonde mensen is oervoeding – ofwel paleo – beter geschikt, aangezien binnen dit voedingspatroon meer variatie mogelijk is.

Om erachter te komen welke voedingsmiddelen bij jou precies klachten veroorzaken, wordt binnen het AIP gebruik gemaakt van een eliminatie-provocatie dieet. Dit dieet bestaat uit twee belangrijke fasen:

  1. Eliminatiefase
  2. Herintroductiefase

Laten we hier eens op inzoomen.

Fase 1: eliminatiefase

Tijdens de eliminatiefase worden alle voedingsmiddelen vermeden waarvan bekend is dat zij het immuunsysteem kunnen triggeren en klachten kunnen veroorzaken of verergeren. Er zijn twee manieren waarop je de eliminatiefase kunt doorlopen:

1. Je zet alles op alles en vermijd direct alle ‘niet-toegestane’ voedingsmiddelen.
2. Je gaat de ‘niet-toegestane’ voeding stap voor stap vermijden.

De één is niet beter dan de ander. Kies vooral de methode die het best bij jou past.

Bij de eliminatiefase is het belangrijk dat je de ‘niet-toegestane’ voeding HELEMAAL – dus voor 100 procent! – vermijdt. Tegelijkertijd zorg je wel dat je zo veel mogelijk varieert tussen de voedingsmiddelen die wel zijn toegestaan. Dit doe je net zo lang tot je klachten zijn verdwenen of in ieder geval flink zijn afgenomen. Dit neemt meestal één tot twaalf maanden in beslag.

Vervolgens kun je naar de tweede fase, namelijk de herintroductiefase. Hier lees je verderop meer over, maar laten we eerst een kijken naar de eliminatievolgorde en de ‘waarom’ van het vermijden van bepaalde voedingsmiddelen.

Onderstaande stappen geven de eliminatievolgorde weer. Deze volgorde is gebaseerd op het online programma ‘SAD to AIP in SIX‘, een programma waarin je stap voor stap door de eliminatiefase van het AIP wordt geleid. Inmiddels zijn er twee wetenschappelijke onderzoeken naar dit programma gedaan, namelijk bij mensen met darmontstekingen – ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa[1], [2] – en de auto-immuun schildklierziekte Hashimoto.[3] Bij alle drie de aandoeningen ervaarden de deelnemers een verlichting van symptomen. Een derde onderzoek bij mensen met eczeem en psoriasis is onderweg en de resultaten worden ergens in 2020 verwacht.

Bij iedere stap kun je ook lezen waarom desbetreffende voedingsmiddelen worden vermeden binnen het auto-immuun protocol eliminatie-provocatie dieet.

Het AIP dieet is deels gebaseerd op wetenschap en deels op praktijkervaring en hypothesen. Wetenschappelijk bewijs is nog schaars en dat is jammer, maar in de praktijk blijkt het erg goed te werken en dat is het belangrijkst. Op het internet vind je vele succesverhalen van mensen met auto-immuunziekten die door middel van het auto-immuun protocol hun ziekte in remissie hebben gebracht. Meer wetenschappelijk onderzoek zal vanzelf volgen.

Download hieronder alvast de AIP voedingslijsten met voeding die wel en niet is toegestaan tijdens het strikt volgen van de eliminatiefase.

Voedingslijsten auto-immuun protocol (AIP) dieetOverzicht

Voedingslijsten auto-immuun protocol (AIP) dieet

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De eliminatievolgorde is zo opgezet dat de meest problematische voedingsmiddelen als eerst worden vermeden en minst problematische voedingsmiddelen als laatst.

Stap 1: granen, pseudogranen & alcohol

Tijdens de eerste stap worden alle granen, pseudogranen en alcohol vermeden. Ook producten die deze voedingsmiddelen bevatten dienen vermeden te worden. En dat zijn er heel veel. Lees dus goed de ingrediëntenlijsten op de verpakkingen. Soms zitten granen verwerkt in voedingsmiddelen waarvan je het niet verwacht.

Granen

Alle granen – zowel glutenbevattende als glutenvrije – bevatten verschillende stoffen die problematisch zijn voor mensen met darmproblemen en auto-immuunziekten. Glutenbevattende granen zijn onder andere tarwe, spelt, kamut, rogge en gerst. Haver bevat meestal ook gluten. Daarentegen zijn rijst, maïs en gierst glutenvrij.

Allereerst bevatten al deze granen schadelijke lectinen, waaronder prolamine en agglutinine. Lectinen zijn eiwitten die zowel in planten als in dieren en mensen voorkomen. Ongeveer 30 procent van onze voeding bevat lectinen. Bij planten komen ze vooral voor in het zaad. Dit zijn als het ware de ‘kindjes’ van een plant. Niet alle lectinen zijn schadelijk, maar prolaminen en agglutininen zijn dat wel. Ze behoren tot het afweersysteem van planten. Aangezien planten niet kunnen vluchten, moeten zij zichzelf en hun ‘kindjes’ op een andere manier verdedigen. Dit doen zij onder andere met lectinen. Deze lectinen kunnen de volgende schadelijke effecten hebben:

  • Belemmeren van de spijsvertering, aangezien ze de werking van spijsverteringsenzymen – schaartjes die het voedsel in stukken knippen – verminderen. Als gevolg wordt het gegeten voedsel niet goed afgebroken en opgenomen, waardoor het in de darmen blijft en als voedingsbron functioneert voor ‘verkeerde’ darmbacteriën. Hierdoor kan een overgroei van ziekmakende darmbacteriën ontstaan. Zo’n situatie wordt ook wel dysbiose genoemd. Het kan leiden tot ‘darmproblemen’ zoals obstipatie, slappe ontlasting, opgeblazenheid, winderigheid en darmkrampen. Daarnaast kan een verminderde spijsvertering op den duur tot voedingstekorten leiden, aangezien de voedingsstoffen minder goed worden opgenomen.
  • Beschadigen van het darmslijmvlies, waardoor een zogenoemde ‘lekkende darm’ – in het Engels: ‘leaky gut’ – ontstaat. In medische termen wordt dit ‘verhoogde intestinale permeabiliteit’ genoemd. Volgens wetenschapper Alessio Fasano opent een lekke darm de poort naar de ontwikkeling van auto-immuunziekten.[4] Volgens andere onderzoekers is een lekke darm zelfs noodzakelijk om een auto-immuunziekte te kunnen ontwikkelen.[5] Onderzoek naar het darmslijmvlies van mensen met de auto-immuun schildklierziekte Hashimoto laat zoals verwacht ook daadwerkelijk veranderingen zien ten opzichte van gezonde mensen.[6]
  • Activeren van het immuunsysteem, waardoor chronische laaggradige ontsteking kan ontstaan. Dit is in verband gebracht met uiteenlopende klachten en ziektebeelden, waaronder allergieën, chronische pijn, uitputtingsziekten – waaronder fibromyalgie -, hart- en vaatziekten[7], ontstekingsziekten van de darm[8], psychische aandoeningen – waaronder depressie -, auto-immuunziekten – waaronder psoriasis[9] -en sommige vormen van kanker.[10]

Gliadine, een eiwit dat onderdeel is van gluten, is de meest bekende prolamine – een type lectine. Gliadine-deeltjes kunnen door het darmslijmvlies in het lichaam terecht komen en vervolgens het immuunsysteem activeren. Door dit proces kan gliadine darmcellen beschadigen, waardoor de darm ‘lek’ raakt en ongewenste stoffen – onverteerde voedingseiwitten, bacteriële resten en gifstoffen – vanuit de darm het lichaam in kunnen ‘lekken’. Als gevolg wordt het immuunsysteem nog meer geactiveerd en neemt de ontsteking toe. Gliadine veroorzaakt dus een vicieuze cirkel van ontsteking en schade aan het darmslijmvlies. Dit is de reden waarom glutenbevattende granen – waaronder tarwe, rogge, spelt, kamut en gerst – het meest problematisch zijn voor mensen met darmproblemen en auto-immuunziektes.

En dat is nog niet alles.

Naast lectinen bevatten granen ook antinutriënten – stoffen die de opname van voedingsstoffen tegengaan – zoals fytinezuur en enzymremmers. Fytinezuur belemmert de opname van mineralen zoals calcium, ijzer en zink.[11] Sommige antinutriënten zijn bestand tegen hitte en spijsverteringssappen. Dit betekent dat ze niet of slechts deels onschadelijk gemaakt kunnen worden tijdens het verhitten van voedsel. Naast het belemmeren van de opname van voedingsstoffen kunnen deze antinutriënten ook het darmslijmvlies beschadigen, de samenstelling van darmbacteriën uit balans brengen en het immuunsysteem activeren.

Kortom: granen kunnen de spijsvertering en opname belemmeren en ontsteking bevorderen.

Houd er rekening mee dat granen in veel voedingsmiddelen verwerkt zitten, waarvan je het soms niet verwacht. Denk bijvoorbeeld aan gluten in sauzen en tarwe als paneermeel op vis, kip of vlees. Een ander voorbeeld is maïszetmeel in bijvoorbeeld kokosyoghurt van bepaalde merken.

Naast granen bestaan er ook graan-achtige voedingsmiddelen. Deze worden pseudogranen genoemd. Laten we hier eens naar kijken.

Pseudogranen

Voorbeelden van speudogranen zijn boekweit, quinoa, chiazaad en amarant. Hoewel pseudogranen geen echte granen zijn, bevatten ze wel veel van dezelfde schadelijke stoffen – lectinen als prolamine en agglutinine, enzymremmers en fytinezuur – als echte granen. Daarnaast bevatten pseudogranen ook saponinen. Dit zijn zeep-achtige stoffen, die in staat zijn celwanden – bestaande uit vetzuren – kapot te maken.[12], [13] Zeep is namelijk een emulgator en breekt vet af in kleinere deeltjes. Ook pseudogranen kunnen daarom leiden tot een lekkende darm, een verstoorde samenstelling van darmbacteriën en ontsteking door een overactief immuunsysteem.

Naast granen en speudogranen zijn er ook dranken die van granen zijn gemaakt, alcohol bijvoorbeeld. Ook dit dient vermeden te worden. Hieronder lees je waarom.

Alcohol

Alcohol maakt de darm verhoogd doorlaatbaar. Hierdoor kunnen grote moleculen door het darmslijmvlies in het lichaam komen, terwijl dit normaal gesproken niet hoort te gebeuren. Het gaat hier met name om endotoxinen. Dit zijn onderdelen van de celwand van ‘ziekmakende’ bacteriën.

Wanneer deze in het lichaam terecht komen, wordt dit endotoxemie genoemd. Endotoxinen lokken een immuunreactie en ontsteking uit, waardoor schade ontstaat. Een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmen en endotoxemie is in verband gebracht met het metabool syndroom, obesitas, astma, psoriasis, reumatoïde artritis, niet-alcoholische leververvetting, leverziekten, diabetes type 1 en 2, hart- en vaatziekten, ontstekingsziekten van de darm, Parkinson, Alzheimer, ALS, multiple sclerosis – MS -, autisme, depressie en het chronisch vermoeidheidssyndroom – CVS.[14]

Genoeg over stap één. Laten we doorgaan naar de tweede stap van de eliminatie.

Stap 2: peulvruchten & nachtschades

Tijdens de tweede stap worden alle peulvruchten en nachtschades vermeden, dus ook alle producten waarin dit verwerkt zit.

Peulvruchten

Onder de peulvruchten vallen alle bonen, erwten en linzen. Maar ook pinda’s zijn eigenlijk peulvruchten en dus geen noten. Peulvruchten bevatten veel van dezelfde schadelijke stoffen – lectinen, enzymremmers en fytinezuur – als granen en pseudogranen. Daarom kan ook het eten van peulvruchten leiden tot een verminderde spijsvertering, een lekkende darm, een verstoorde samenstelling van darmbacteriën en activatie van het immuunsysteem.

Peulvruchten zitten vaak verwerkt in vleesvervangers en in plantaardige eiwitpoeders.

Nachtschades

Tot de nachtschades behoren gewone aardappelen, tomaten, paprika, aubergine, chilipepers, gojibessen, physalisbessen – ook wel incabessen genoemd – en Ashwagandha. Nachtschades bevatten glycoalkaloïden, een type saponine die de darm lek kan maken en het immuunsysteem kan activeren. Iedere nachtschade bevat een ander type glycoalkaloïde.

Aardappelen: alfa-solanine en alfa-chaconine.
Tomaten: alfa-tomatine.
Aubergine: alfa-solanine.

Zelfs kleine hoeveelheden glycoalkaloïden kunnen op den duur verschillende klachten veroorzaken. Mensen met auto-immuunziekten blijken hier gevoeliger voor te zijn dan gezonde mensen.

Chilipepers bevatten ook capsaïcine, wat in staat is om bepaalde weefsels te irriteren. Mogelijk kan capsaïcine ook de darm verhoogd doorlaatbaar maken.

Nachtschades, zoals paprika, cayennepepers en chilipepers, zitten vaak verwerkt in kruidenmixen. Lees dus goed de ingrediëntenlijsten op de verpakkingen van kruiden. Wees je er ook van bewust dat bepaalde vleessoorten gemarineerd zijn in specerijen op basis van nachtschades.

Op naar de derde stap.

Stap 3: zuivel & koffie

Bij de derde stap worden zuivel en koffie vermeden.

Zuivel

Voedingsmiddelen die in de categorie zuivel thuishoren zijn melk en melkproducten, waaronder melkkefir, karnemelk, yoghurt, kwark, ijs en kazen. Maar ook roomboter, ghee en wei-proteïnepoeders. Daarnaast zit melk in veel bewerkte voedingsmiddelen verwerkt, zoals bijvoorbeeld in sauzen.

Zuivelproducten worden om verschillende redenen vermeden binnen de eliminatiefase van het AIP dieet. Allereerst zijn veel mensen allergisch voor zuivel. Zelfs een kleine hoeveelheid zuivel, bijvoorbeeld in ghee, kan bij deze mensen tot problemen leiden. Daarnaast is een groot deel van de wereldbevolking niet goed in staat om lactose – een type suiker dat in melk zit – af te breken, waardoor dit tot darmklachten kan leiden.

Daarnaast bevat zuivel proteaseremmers, enzymremmers die de vertering van eiwitten tegengaan en kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een lekkende darm. Ook zijn zuivelproducten in staat om de productie van insuline flink te verhogen, waardoor het ontsteking bevordert en kan bijdragen aan de ontwikkeling van insulineresistentie. Hierbij wordt je minder gevoelig voor het hormoon insuline. Insulineresistentie is met veel klachten in verband gebracht, waaronder acné en PCOS.

Verder bevat zuivel hormonen die het menselijke hormoon IGF-1 kunnen beïnvloeden. Bovendien zorgt de inname van zuivelproducten voor de productie van slijm, wat de darm kan irriteren en de opname van voedingsstoffen kan hinderen. En als laatste bevat koeienmelk bepaalde eiwitten die erg op gluten lijken, waardoor zij een kruisreactie kunnen veroorzaken. Dit betekent dat als je gevoelig bent voor gluten, het immuunsysteem ook op de eiwitten uit koemelk kan reageren alsof je gluten hebt gegeten.

Koffie

Koffie wordt vermeden omdat het een zaad is. Zaden bevatten ook stoffen die een negatief effect kunnen hebben bij mensen met darmproblemen en auto-immuunziekten. Verderop lees je hier meer over.

Daarnaast kan de cafeïne in koffie het stresshormoon cortisol verhogen[15] en de nachtrust verstoren. Zelfs als je ’s ochtends slechts één kopje koffie drinkt, kan het je slaapkwaliteit van die nacht verminderen.[16] En dat wil je natuurlijk niet, want een goede nachtrust is essentieel voor herstel.

Het drinken van koffie is in verband gebracht met verschillende gezondheidsvoordelen en lijkt bij sommige mensen ontsteking te remmen. Daarentegen is koffie in sommige onderzoeken juist ook in verband gebracht met hogere ontstekingswaarden.[17], [18] Het lijkt er dus op dat sommige mensen negatief reageren op koffie. Daarom wordt koffie tijdens de eliminatiefase van het AIP dieet vermeden.

Inmiddels zijn we bij de vierde stap beland.

Stap 4: eieren, plantaardige oliën, voedseltoevoegingen, toegevoegde suikers & zoetstoffen

Bij de vierde stap worden eieren, plantaardige oliën – vaak gemaakt van granen, noten, zaden en peulvruchten -, voedseltoevoegingen, suikers en zoetstoffen vermeden. Laten we beginnen met eieren.

Eieren

Eieren, met name het witte gedeelte, is erg allergeen. Immuunreacties op eieren komen regelmatig voor. Daarnaast bevatten eieren lysozyme, een enzym dat de eidooier tegen ziekteverwekkers beschermt. Lysozyme is goed in staat om delen van de celwanden van verkeerde darmbacteriën af te breken. Vervolgens vervoert het deze bacteriële eiwitdeeltjes door het darmslijmvlies, waardoor de darmen beschadigd raken en verhoogd doorlaatbaar worden. Lysozyme kan zich ook goed aan andere eiwitten binden, waardoor eiwitcomplexen ontstaan, en deze het lichaam inbrengen. Verder bevat het witte gedeelte van eieren ook proteaseremmers, die specifiek de vertering van eiwitten belemmeren. Hierdoor worden de verbindingen van lysozyme met andere eiwitten niet goed afgebroken in het spijsverteringskanaal. Deze eiwitcomplexen belanden vervolgens onafgebroken in het lichaam en dit is waarschijnlijk de reden waarom eieren zoveel problemen oplevert bij mensen met darmproblemen en auto-immuunziekten.

Plantaardige oliën

Bewerkte plantaardige oliën zijn vaak van granen, noten, zaden of peulvruchten gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan margarine, zonnebloemolie, sesamolie, saffloerolie, pindaolie, sojaolie en rijstolie. Al deze voedingsmiddelen bevatten stoffen die problematisch kunnen zijn. Olijfolie, avocado-olie en kokosolie zijn uitzonderingen en zijn tijdens de eliminatiefase toegestaan.

Plantaardige oliën zijn rijk aan het omega 6-vetzuur linolzuur, een ontstekingsbevorderend vetzuur dat bijdraagt aan de ontwikkeling en het in standhouden van chronische laaggradige ontsteking.

Voedseltoevoegingen

Verschillende chemicaliën die aan bewerkte voedingsmiddelen worden toegevoegd zijn in verband gebracht met negatieve effecten op de gezondheid. Voedseltoevoegingen worden ook wel voedingsadditieven genoemd. Het gaat hierbij om conserveringsmiddelen, chemische kleurstoffen, sulfiet, fosfaat en emulgatoren. Gevoeligheden voor deze chemicaliën komen regelmatig voor.

Tegen de tijd dat je bij deze vierde stap in het eliminatieproces bent beland is een groot deel van de voedseltoevoegingen al uit je voeding verdwenen, omdat je dan waarschijnlijk minder bewerkte voeding eet.

Toegevoegde suikers

Suiker wordt meestal toegevoegd aan producten die weinig voedingsstoffen bevatten en maakt deze verslavend. De inname van deze producten gaat ten koste van gezonde voedingsrijke voedingsmiddelen, waardoor op den duur voedingstekorten kunnen ontstaan. Daarnaast is het ook een aanslag op je gebit.

Voorbeelden van producten met toegevoegde suikers zijn koek, snoep, taart, ijs en frisdrank. Maar ook vruchtensap bevat veel suikers. Hoewel het ‘natuurlijke’ suikers zijn, en dus geen toegevoegde suikers, is vruchtensap allesbehalve natuurlijk. Fruit hoort in zijn geheel gegeten te worden. Vruchtensap is qua suiker net zo ongezond als frisdrank. Dus ook die ‘gezonde’ versgeperste sinaasappelsap is eigenlijk niet zo gezond als velen denken.

Naast de ontwikkeling van voedingstekorten en het beschadigen van het gebit kan een hoge suikerinname tot bloedsuikerproblemen leiden. Denk hierbij aan insulineresistentie – ongevoeligheid voor het hormoon insuline -, bloedsuikerschommelingen en diabetes type 2.

Het reguleren van de bloedsuiker en het behouden van de insulinegevoeligheid zijn essentieel voor het onder controle houden van het immuunsysteem en het verminderen van ontsteking.

Zoetstoffen

Zoetstoffen kunnen worden onderverdeeld in polyolen en niet-voedende zoetstoffen. Polyolen zijn suikeralcoholen. Voorbeelden hiervan zijn sorbitol (E420), xylitol (E967), maltitol (E965), lactitol (E966) en erythritol (E968). Deze suikeralcoholen komen van nature niet veel in onze voeding voor, maar worden wel in sommige producten als zoetstof gebruikt. Voorbeelden van een niet-voedzame zoetstoffen zijn stevia en aspartaam (E951).

Polyolen zijn fermenteerbare suikers die niet goed worden opgenomen in de darmen. Hierdoor vormen zij een voedingsbron voor ziekteverwekkende darmbacteriën, waardoor een overgroei van deze bacteriën kan ontstaan. Dit kan tot een lekkende darm leiden.

Niet-voedzame zoetstoffen zijn in verband gebracht met een verhoogd risico op obesitas en het metabool syndroom. Deze zoetstoffen beïnvloeden namelijk verschillende hormonen en het metabolisme. Ze blijken het hongergevoel en de suikerstofwisseling te veranderen. Zelfs natuurlijke zoetstoffen, zoals stevia, kunnen een negatieve impact hebben op de hormoonbalans. Andere soorten zoetstoffen, zoals aspartaam, zijn in staat om oxidatieve stress en ontsteking in de hersenen te stimuleren. De langetermijneffecten van deze zoetstoffen zijn onbekend.

Genoeg over stap vier van de eliminatiefase. Laten we doorgaan naar de vijfde en laatste stap.

Stap 5: noten, zaden & chocola

Bij stap vijf worden alle noten, zaden en chocola vermeden. Ook alle producten die hiervan gemaakt zijn moeten vermeden worden. Denk bijvoorbeeld aan plantaardige oliën zoals zonnebloemolie, pompoenpitolie, hennepzaadolie, lijnzaadolie, walnootolie en hazelnootolie. Maar ook lijnzaadcrackers, amandelmeel en hennepproteïne poeder dienen vermeden te worden. Denk verder ook aan op zaad-gebaseerde specerijen, zoals karwijzaad, venkelzaad, anijszaad en komijnzaad.

Laten we beginnen bij noten.

Noten & zaden

Onder de categorie noten vallen onder andere walnoten, hazelnoten, amandelen, macadamia’s, cashewnoten, pistachenoten, pecannoten en paranoten. Kokosnoten vallen niet onder deze categorie, dus die zijn toegestaan. Voorbeelden van zaden zijn lijnzaad, hennepzaad, chiazaad, sesamzaad, maanzaad, pompoenpitten en zonnebloempitten.

Noten en zaden bevatten enzymremmers en fytinezuur. Deze stoffen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een lekkende darm en een overgroei aan verkeerde darmbacteriën. Bovendien zijn veel noten en zaden allergeen, wat betekent dat ze een allergische reactie kunnen uitlokken.

Chocola

Chocola behoort ook tot de zaden en bevat naast fytinezuur ook cafeïne, net als koffie. Zoals je eerder hebt kunnen lezen kan cafeïne de productie van het stresshormoon cortisol verhogen en de slaapkwaliteit verminderen. Daarnaast bevat het vaak toegevoegde suikers en sojalecithine.

Fase 2: herintroductie

Bij de herintroductiefase ga je voedingsmiddelen weer één voor één toevoegen om te kijken hoe je erop reageert. Iedere drie tot zeven dagen kun je één voedingsmiddel herintroduceren. Je neemt dan het desbetreffende voedingsmiddel op één dag in en daarna drie tot zeven dagen niet meer.

Gedurende de herintroductiefase houd je een voedingsdagboek bij waarin je opschrijft wat je die dag precies hebt gegeten en gedronken en hoe jij je voelt. Het behouden van een voedingsdagboek is essentieel, want op die manier kun je gemakkelijker een verband ontdekken tussen de voeding die je eet en jouw symptomen.

Blijven symptomen afwezig tot drie á zeven dagen na de herintroductie van het desbetreffende voedingsmiddel? Dan kun je het weer aan je voeding toevoegen en kun je het volgende voedingsmiddel herintroduceren. Daarentegen moet je het desbetreffende voedingsmiddel weer gaan vermijden als je merkt dat je symptomen weer erger worden.

Een eliminatie-provocatie dieet is de meest betrouwbare manier om voedselintoleranties te ontdekken. Voedselintolerantietesten zijn niet betrouwbaar.[19] Dus ook als uit een voedselintolerantietest blijkt dat je niet reageert op bepaalde ‘niet-toegestane’ voedingsmiddelen, dan moet je ze toch vermijden. Je kunt namelijk op meerdere manieren op voedingsmiddelen reageren dan meetbaar is via een voedselintolerantietest.

Door het eliminatie-provocatie dieet te volgen, ontwikkel je het voedingspatroon dat voor jou het best werkt.

Bij de herintroductiefase kun je de omgekeerde volgorde van de eliminatiefase aanhouden. Op die manier herintroduceer je eerst de voeding die de kleinste kans heeft om symptomen te veroorzaken.

Kortom

Het AIP dieet is een eliminatie-provocatiedieet dat uit twee fasen bestaat, namelijk een eliminatiefasen en een herintroductiefase. Tijdens de eliminatiefase worden alle voedingsmiddelen die mogelijk het immuunsysteem kunnen triggeren tijdelijk vermeden. De eliminatie van deze voedingsmiddelen kan ineen of in stappen. Voedingsmiddelen die vermeden dienen te worden zijn: granen – zowel glutenvrije als glutenbevattende -, pseudogranen, alcohol, peulvruchten, nachtschades, zuivelproducten, koffie, eieren, de meeste plantaardige oliën, voedseltoevoegingen, toegevoegde suikers, zoetstoffen, noten, zaden en chocolade. Deze voedingsmiddelen dienen voor 100 procent te worden vermeden, ook als uit – onbetrouwbare – voedselintolerantietesten blijkt dat je bepaalde ‘niet-toegestane’ voedingsmiddelen wel kunt verdragen. De ‘niet-toegestane’ voedingsmiddelen worden net zo lang vermeden tot klachten verdwijnen of flink zijn afgenomen. Meestal duurt dit tussen één en twaalf maanden. Daarna kunnen de voedingsmiddelen in de omgekeerde volgorde één voor één worden geherintroduceerd.

En nu?

Heb je hardnekkige spijsverteringsklachten en/of een auto-immuunziekte die voor klachten zorgt? Dan kan het volgen van het auto-immuun protocol hoogstwaarschijnlijk tot een verlichting van jouw symptomen leiden.

Je kunt op meerdere manieren aan de gang met het auto-immuun protocol, bijvoorbeeld:

1.      Onder begeleiding van een professional met ruime ervaring op het gebied van voedings- en leefstijlbegeleiding bij auto-immuunziekten.

Ja, ik wil persoonlijke begeleiding door een professional met ervaring

 

2.      Onder begeleiding van het online programma ‘SAD to AIP in SIX’.

Ja, ik wil zelf aan de slag met het online programma
Klik hier om de bronnen te zien
[1] Konijeti, G. G., Kim, N., Lewis, J. D., Groven, S., Chandrasekaran, A., Grandhe, S., … & Molparia, B. (2017). Efficacy of the autoimmune protocol diet for inflammatory bowel disease. Inflammatory bowel diseases, 23(11), 2054-2060.
[2] Chandrasekaran, A., Groven, S., Lewis, J. D., Levy, S. S., Diamant, C., Singh, E., & Konijeti, G. G. (2019). An Autoimmune Protocol Diet Improves Patient-Reported Quality of Life in Inflammatory Bowel Disease. Crohn’s & Colitis 360.
[3] Abbott, R. D., Sadowski, A., & Alt, A. G. (2019). Efficacy of the Autoimmune Protocol Diet as Part of a Multi-disciplinary, Supported Lifestyle Intervention for Hashimoto’s Thyroiditis.
[4] Fasano, A. (2012). Zonulin, regulation of tight junctions, and autoimmune diseases. Annals of the New York Academy of Sciences, 1258(1), 25-33.
[5] Lerner, A., & Matthias, T. (2015). Changes in intestinal tight junction permeability associated with industrial food additives explain the rising incidence of autoimmune disease. Autoimmunity reviews, 14(6), 479-489.
[6] Sasso FC, Carbonara O, Torella R, Mezzogiorno A, Esposito V, Demagistris L, et al. Ultrastructural changes in enterocytes in subjects with Hashimoto’s thyroiditis. Gut. 2004;53:1878–80.
[7] Ridker, P. M., Danielson, E., Fonseca, F. A., Genest, J., Gotto Jr, A. M., Kastelein, J. J., … & Nordestgaard, B. G. (2008). Rosuvastatin to prevent vascular events in men and women with elevated C-reactive protein. New England Journal of Medicine, 359(21), 2195.
[8] Fasano, A., & Catassi, C. (2012). Celiac disease. New England Journal of Medicine, 367(25), 2419-2426.
[9] Serafini, G., Pompili, M., Seretti, M. E., Stefani, H., Palermo, M., Coryell, W., & Girardi, P. (2013). The role of inflammatory cytokines in suicidal behavior: a systematic review. European Neuropsychopharmacology, 23(12), 1672-1686.
[10] Coussens, L. M., Zitvogel, L., & Palucka, A. K. (2013). Neutralizing tumor-promoting chronic inflammation: a magic bullet?. Science, 339(6117), 286-291.
[11] Lee, H. H., Loh, S. P., Bong, C. F. J., Sarbini, S. R., & Yiu, P. H. (2015). Impact of phytic acid on nutrient bioaccessibility and antioxidant properties of dehusked rice. Journal of food science and technology, 52(12), 7806-7816.
[12] Johnson, I. T., Gee, J. M., Price, K., Curl, C., & Fenwick, G. R. (1986). Influence of saponins on gut permeability and active nutrient transport in vitro. The Journal of nutrition, 116(11), 2270-2277.
[13] Keukens, E. A., de Vrije, T., van den Boom, C., de Waard, P., Plasman, H. H., Thiel, F., … & de Kruijff, B. (1995). Molecular basis of glycoalkaloid induced membrane disruption. Biochimica et Biophysica Acta (BBA)-Biomembranes, 1240(2), 216-228.
[14] de Punder, K., & Pruimboom, L. (2015). Stress induces endotoxemia and low-grade inflammation by increasing barrier permeability. Frontiers in immunology, 6, 223.
[15] Lovallo, W. R., Whitsett, T. L., al’Absi, M., Sung, B. H., Vincent, A. S., & Wilson, M. F. (2005). Caffeine stimulation of cortisol secretion across the waking hours in relation to caffeine intake levels. Psychosomatic medicine, 67(5), 734.
[16] Clark, I., & Landolt, H. P. (2017). Coffee, caffeine, and sleep: A systematic review of epidemiological studies and randomized controlled trials. Sleep medicine reviews, 31, 70-78.
[17] Zampelas, A., Panagiotakos, D. B., Pitsavos, C., Chrysohoou, C., & Stefanadis, C. (2004). Associations between coffee consumption and inflammatory markers in healthy persons: the ATTICA study. The American journal of clinical nutrition, 80(4), 862-867.
[18] Corrêa, T. A., Rogero, M. M., Mioto, B. M., Tarasoutchi, D., Tuda, V. L., César, L. A., & Torres, E. A. (2013). filtered coffee increases cholesterol and inflammation biomarkers independent of roasting degree: A clinical trial. Nutrition, 29(7-8), 977-981.
[19] Kling, S. (2008). ALCAT and IgG allergy and intolerance tests. SAMJ: South African Medical Journal, 98(3), 167-167.

Gerelateerde artikelen

Effect van het auto-immuun protocol (AIP) bij Hashimoto, Crohn en Colitis

Lees verder

Wordt jouw schildkliermedicatie goed opgenomen? (9 tips)

Lees verder

Plaats een reactie op dit artikel

Reageer

Gerelateerd

Effect van het auto-immuun protocol (AIP) bij Hashimoto, Crohn en Colitis

Lees verder

Wordt jouw schildkliermedicatie goed opgenomen? (9 tips)

Lees verder

Categorieën