Waarom bacteriën, schimmels, en gisten jouw gezondheid bepalen

Je denkt misschien dat je de baas over je eigen lichaam bent, maar je (eet)gedrag en gezondheid wordt voor een groot deel door je microbioom aangestuurd. Dit is het geheel aan bacteriën, schimmels en gisten die op en in je lichaam leven. Op je huid en in je mond, longen, darmen en geslachtsorganen. Het microbioom heeft een grote invloed op je gezondheid. Onder andere door het trainen en onder controle houden van je immuunsysteem. Maar ook door het beïnvloeden van je eetgewoontes. Het microbioom kan op verschillende manieren bepalen wat jij eet. Waarschijnlijk doen ze dit door je smaak en humeur te beïnvloeden. Ze manipuleren je eetgewoontes om hun conditie te verbeteren. En dit gaat soms ten koste van je eigen gezondheid.[1]

Functies van het microbioom

In je spijsverteringskanaal heb je ongeveer 10 keer zoveel bacteriële cellen als menselijke cellen. En deze bacteriën bevatten ongeveer 100 keer zoveel genen als menselijke cellen. Dit betekent dat bijna al het genetisch materiaal dat je lichaam bevat eigenlijk bestaat uit de genen van je microbioom.[2]

Het microbioom van je spijsverteringskanaal heeft een aantal belangrijke functies:

  • Productie van spijsverteringsenzymen en helpen bij het verteren van voeding
  • Productie van B-vitamines en vitamine K
  • Productie van antistoffen
  • Productie van korteketenvetzuren die nodig zijn voor het herstel van je darmcellen
  • Remmen van de groei van schadelijke bacteriën en schimmels
  • Vorming van slijmlagen
  • Trainen en onder controle houden van het immuunsysteem, waardoor het niet overactief raakt

De mens is een ecosysteem. Ons microbioom vormt een orgaan die tenminste net zo belangrijk voor onze gezondheid is als onze lever of nieren. Het immuunsysteem lijkt bij de geboorte op een computer met hardware en software. Maar het bevat nog weinig gegevens. Gedurende de eerste levensjaren van het kind moeten er nog gegevens worden toegevoegd. Dit gebeurd onder andere door blootstelling aan microben van andere mensen en de natuurlijke omgeving.

Als de invoer van deze gegevens gebrekkig of ongepast is, kunnen de mechanismen die het immuunsysteem onder controle houden falen. Als gevolg hiervan kan het immuunsysteem overactief raken. Het wordt dan onvoldoende geremd. Het immuunsysteem valt dan niet alleen ziekteverwekkers aan, maar het gaat ook reageren op onschadelijke stofjes, zoals pollen, huisstof en allergenen die in de voeding zitten.[3] Het veroorzaakt een ontstekingsreactie en kan leiden tot allergieën, hooikoorts, astma, eczeem, darmproblemen, depressies, aderverkalking, angststoornissen, obesitas, diabetes, reumatoïde artritis, auto-immuunziekten en kanker.

Ontwikkeling van het microbioom

De ontwikkeling van je microbioom staat nooit stil. Gedurende het leven zal deze continu veranderen. De vorming van je microbioom begint bij de geboorte. En dit is misschien wel het belangrijkste moment die het functioneren van je microbioom gedurende de rest van jouw leven bepaald.

Bij een vaginale bevalling gaat het kindje langzaam door het geboortekanaal van de moeder. Tijdens dit proces wordt het kind blootgesteld aan microben die zich in het baringskanaal bevinden. Tijdens de geboorte slikt het kindje de vaginale microben en ontlastingsresten van de moeder in. En dit gaat via het mondje naar de darmen van het kindje. Het vormt de basis voor de verdere ontwikkeling van het microbioom van het spijsverteringskanaal.

Bij een keizersnede gaat het geboorte proces en daarmee de ontwikkeling van het microbioom anders. Het kindje wordt niet blootgesteld aan het microbioom van het geboortekanaal en de ontlastingsresten van de moeder, maar aan de microben in de lucht. En later komt het in contact met het microbioom van de huid van de moeder. Dit zorgt ervoor dat de microben in het spijsverteringskanaal van het kindje vooral uit microben van de moederlijke huid bestaan in plaats van vaginale en anale microben.[4] Kindjes die door middel van een keizersnede geboren worden hebben daarom geen optimale start voor de ontwikkeling van hun microbioom.

Borstvoeding heeft ook een enorme impact op het microbioom van het spijsverteringskanaal.[5] Het geven van borstvoeding is erg belangrijk voor het ontwikkelen van een optimaal microbioom van het kindje. De microben die op de tepels van de moeder zitten helpen het kindje bij de verdere ontwikkeling van het microbioom. Bij kinderen die minimaal zes maanden borstvoeding hebben gekregen is er meer diversiteit in het microbioom van de darmen te vinden dan bij kinderen die flesvoeding hebben gehad. Verder hebben zij vooral bacteriën die in staat zijn om zuren te produceren. En op deze manier kunnen zij schadelijke bacteriën doden.[6] Kinderen die niet minimaal zes maanden borstvoeding hebben gekregen hebben daarom geen optimale start voor de ontwikkeling van het microbioom van hun spijsverteringskanaal.

Verder wordt de ontwikkeling van je microbioom gedurende het leven beïnvloed door je voedingspatroon[7], bewegingspatroon, slaappatroon, psychologische stress[8], medicijngebruik – met name antibiotica[9]-  en bestrijdingsmiddelen. Maar ook door blootstelling aan microben van andere mensen, dieren en microben in je omgeving.[10]

Evolutie van het menselijke microbioom

Gedurende miljoenen jaren evolueerde onze voorouders in verschillende werelddelen. Deze omgevingen verschillen enorm van onze huidige leefomgeving. Tijdens deze periode evolueerde het lichaam zich en werd het aangepast aan de leefomgeving. Het lichaam werd aangepast aan bepaalde voedingspatronen en bewegingspatronen. Maar het werd ook aangepast aan bepaalde microben waaraan zij werden blootgesteld via hun voedsel, het water en de rest van hun leefomgeving. Deze microben worden ook wel onze ‘oude vrienden’ (old friends) genoemd.[11]

Deze ‘oude vrienden’ zijn al veel langer op de wereld dan de mens. En de mens is samen met deze beestjes geëvolueerd. Ze zijn van elkaar afhankelijk geworden. De mens levert voeding aan zijn microbioom en in ruil daarvoor voert het microbioom belangrijke functies uit, zoals het verteren van voedsel.

Jager-verzamelaars die in de oertijd leefden hadden waarschijnlijk een divers microbioom. Dit zie je nog steeds terug bij moderne jager-verzamelaars en bij niet-westerse bevolkingen.  Zij hebben meer diversiteit in hun microbioom dan westerlingen.[12], [13], [14], [15] Een grote diversiteit van het microbioom beschermt tegen overgroei van ziekteverwekkers.[16]

Sinds het begin van de agrarische revolutie is de diversiteit en de samenstelling van het westerse microbioom erg veranderd. De diversiteit van het microbioom begon af te nemen als gevolg van leefstijlveranderingen.[17]

Microbioomdiversiteit

Bron: Sonnenburg, E. D., & Sonnenburg, J. L. (2014). Starving our microbial self: the deleterious consequences of a diet deficient in microbiota-accessible carbohydrates. Cell metabolism, 20(5), 779-786.

Agrarische revolutie – 10.000 jaar geleden

Sinds de agrarische revolutie begonnen mensen zich dichter bij elkaar te vestigen. En dit leidde tot een grotere blootstelling aan wormen (helminths).

Ook begon men met de landbouw en veeteelt, wat voor een verandering in het voedingspatroon zorgde. Granen en melkproducten vormden een steeds groter wordend onderdeel van het voedingspatroon. Hierdoor werd de voeding minder divers. De diversiteit van het microbioom in het spijsverteringskanaal is afhankelijk van de voedseldiversiteit.[18] Waarschijnlijk heeft de verminderde voedseldiversiteit tot een afname van de diversiteit van het microbioom geleid.

Naast de verhoogde blootstelling aan wormen en de veranderingen in het voedingspatroon zorgde het contact met dieren, zoals vee, katten en honden voor een verandering in de samenstelling van het microbioom.

Moderne tijd

Sinds de industriële revolutie worden veel voedingsmiddelen sterk bewerkt. Dit heeft geleidt tot een grotere inname van acellulaire koolhydraten. ‘Acellulair’ betekent dat de suikers niet in de cellen van de plant zijn opgeslagen waardoor de suikers snel vrijkomen na het eten. Bewerkte voedingsmiddelen, zoals brood, crackers, wraps, koek en chips zijn rijk aan acellulaire koolhydraten. Het regelmatig eten van deze voedingsmiddelen kan tot een ontstekingsbevorderend microbioom van de mond en darmen leiden. En dit is in verband gebracht met tandvlees problemen, ontstekingsziekten, leptine ongevoeligheid, obesitas en metabool syndroom.[19] Verder wordt er in toenemende mate gebruik gemaakt van kunstmatige zoetstoffen. Deze kunnen ook leiden tot veranderingen in het microbioom van de darm.[20]

Daarnaast worden er sinds 100 jaar in toenemende mate kindjes via een keizersnede geboren en krijgen steeds meer baby’s flesvoeding in plaats van borstvoeding. Beide hebben een negatieve invloed op het microbioom van het pasgeboren kindje en vergroten de kans op overgewicht in een later stadium van het leven.[21]

Het gebruik van medicatie heeft ook voor veranderingen in het microbioom van het spijsverteringskanaal gezorgd. Zo leidt het gebruik van antibiotica in de veeteelt tot een afname van de diversiteit van het microbioom in de darmen.[22] Ook heeft antibioticagebruik in de vroege kinderjaren blijvende effecten op het microbioom en neemt de kans op astma toe. En het gebruik van antibiotica tijdens de zwangerschap leidt tot een grotere kans op allergieën bij het kindje. [23] Zes maanden na antibioticagebruik is het microbioom nog steeds niet helemaal hersteld.[24]

Daarnaast heeft het gebruik van antiwormmiddelen en schoon drinkwater ervoor gezorgd dat de mens minder wordt blootgesteld aan wormen (helminths).

Verder heeft de verstedelijking ervoor gezorgd dat mensen minder in contact komen met de natuurlijke omgeving. En ook dit heeft geleid tot een afname van de diversiteit van het microbioom.[25], [26]

Evolutionaire mismatch

Gedurende de evolutie heeft de mens altijd een grote diversiteit in het microbioom gehad en welvaartsziektes kwamen niet voor. Maar sinds het begin van de agrarische revolutie is de diversiteit van het microbioom flink achteruit gegaan. En de samenstelling is enorm veranderd. Er is sprake van evolutionaire mismatch. Want we zijn aangepast aan een divers microbioom. En aan de blootstelling aan bepaalde microben. De zogenoemde ‘oude vrienden’. Maar tegenwoordig is ons microbioom minder divers en worden we nauwelijks meer blootgesteld aan onze ‘oude vrienden’. Dit is in verband gebracht met een overactief immuunsysteem en de ontwikkeling van allergieën, auto-immuunziekten[27] en autisme spectrum stoornissen.[28]

Daarnaast zijn veranderingen van het microbioom in verband gebracht met ontstekingen[29], psychische stoornissen[30], reumatoïde artritis[31], multiple sclerosis[32], allergieën, astma[33] en obesitas.[34] Verder biedt een microbioom met een lage diversiteit minder bescherming tegen overgroei van ziekteverwekkers waardoor er een grotere kans op infecties is.

Maatregelen ter preventie en behandeling van ziekten

Het microbioom kan zich snel aanpassen.[35] Het kan al binnen 24 uur veranderen na het aanpassen van je voedingspatroon of het gebruik van antibiotica. [36] Voor een goede gezondheid van een kind is het belangrijk om al in de vroege levensjaren een omgeving te creëren die de opbouw van een optimaal microbioom stimuleert. Eigenlijk begint het al voor de geboorte, want een verstoring van microbioomdiversiteit van de moeder kan worden doorgegeven aan toekomstige generaties.[37] Door de juiste leefstijlaanpassingen kun je de ontwikkeling van een optimaal microbioom stimuleren.

Eet gevarieerde voeding met vezels, polyfenolen en omega-3 vetzuren EPA en DHA

Om een optimaal microbioom te ontwikkelen is het belangrijk om veel verschillende voedingsmiddelen te eten. Plantaardige voeding die rijk is aan vezels en polyfenolen en zeevoedsel dat rijk is aan omega-3 vetzuren EPA en DHA.[38] Eet minimaal twee keer per week vis. Red je dit niet? Neem dan een hoogwaardig omega-3 visolie supplement.

Ook kinderen zouden zoveel mogelijk verschillende voedingsmiddelen moeten eten. Vroeger was het advies om allergenen te vermijden tijdens de zwangerschap, borstvoeding en vroege kinderjaren. Maar deze maatregel heeft weinig effect gehad op het verminderen van de ontwikkeling van allergieën bij kinderen. Daarentegen blijkt de vroege introductie van veel verschillende voedingsmiddelen, en dus ook allergenen, beschermend te werken tegen de ontwikkeling van allergieën.[39]

Vezels dienen als belangrijke voedingsbron voor je darmbacteriën. In je darm zorgen de bacteriën ervoor dat de vezels worden verteerd. Daarbij produceren zij korteketenvetzuren (Engelse afkorting: SCFA’s) die belangrijk zijn voor het herstel van je darmcellen. Maar ook voor de groei van goede darmbacteriën, zoals Bifidobacterium en Lactobacillus soorten.[40]

Zorg voor blootstelling aan microben in de natuur

Blootstelling aan microben in een natuurlijke omgeving is essentieel. Streef daarom naar een woonplaats in een groene omgeving. Mensen die in een natuurlijke omgeving wonen hebben een grotere microbioomdiversiteit van de huid dan mensen die dichtbij een stad wonen. Deze grotere diversiteit is in verband gebracht met een lager risico op allergieën.[41]

Zorg voor blootstelling aan microben van dieren en andere mensen

Blootstelling aan een natuurlijke omgeving die rijk is aan microben zorgt voor een grotere microbioomdiversiteit. Zwangere vrouwen die veel tijd in de natuur – bijvoorbeeld rondom een boerderij – doorbrengen beschermen hun toekomstige kindje tegen astma en allergieën.[42] Het is een goed idee om regelmatig met je kind naar een (kinder)boerderij te gaan. Want blootstelling aan microben rondom een (kinder)boerderij gedurende de eerste 2-3 levensjaren beschermd het kind tegen allergieën.[43]

Verder is het voor een kind belangrijk om in contact te komen met de microben van andere mensen, zoals de moeder, broertjes en zusjes. Maar ook de blootstelling aan microben van huisdieren beschermd tegen allergieën. Want mensen delen hun microbioom via honden en dat zorgt voor een vergroting van microbioomdiversiteit.[44]

Streef naar een natuurlijke bevalling

Een vaginale geboorte heeft de voorkeur boven een keizersnede. Maar helaas is een natuurlijke bevalling niet altijd mogelijk. Wel komt er steeds meer bewijs dat je een natuurlijke blootstelling aan het vaginale microbioom van de moeder kunt nabootsen. In een onderzoek smeerde men het pasgeboren kindje in met een gaasje dat voor een bepaalde tijd in de vagina van de moeder had gezeten. Dit zorgde ervoor dat het kindje een gezonder microbioom ontwikkelde, maar het is niet bekend of deze maatregel gezondheidsvoordelen op de lange termijn heeft.[45], [46]

Streef naar het geven van borstvoeding (>6 maanden)

Door het kindje borstvoeding te geven stimuleer je de opbouw van een optimaal microbioom waar het kind de rest van zijn leven baat bij heeft.[47] Probeer het kindje zo lang mogelijk borstvoeding te geven. Het liefst direct via de borst, aangezien het kind via de tepel in contact komt met gunstige microben. Streef naar minimaal zes maanden borstvoeding.

Zorg voor voldoende ontspanning

Psychologische stress verandert het microbioom van de darm[48] en stress tijdens de zwangerschap is in verband gebracht met ontwikkelen van een ontstekingsbevorderend microbioom van het toekomstige kindje.[49] Zorg daarom voor voldoende ontspanning. Vooral tijdens de zwangerschap.

Voorkom overbodige inname van antibiotica

Antibiotica heeft een negatieve invloed op je microbioom. Voorkom daarom overbodige inname van antibiotica via dierlijk voedsel uit de bio-industrie.[50] En maak geen overbodig gebruik van antibiotica. Met name tijdens de zwangerschap en vroege kinderjaren.[51] Het gelijktijdig gebruik van probiotica zou de schade aan het microbioom kunnen beperken.

*Let op: ondanks antibioticagebruik een negatief effect op het microbioom van de darm heeft, is het in bepaalde situaties een noodzakelijk en levensreddend middel. Stop daarom nooit eigenhandig met een antibioticakuur. Laat je altijd adviseren door een arts.

Vermijd kunstmatige zoetstoffen en bestrijdingsmiddelen

Kunstmatige zoetstoffen[52] en bestrijdingsmiddelen zijn in staat om je darmflora te veranderen. Streef daarom naar natuurlijke biologische voeding of was je groente en fruit goed. Vermijd het gebruik van zoetstoffen.

Gebruik eventueel probiotica

Tegenwoordig is het gebruik van probiotica evidence-based medicine. (de Vrese 2008, Tennyson 2008, Wald 2008, Scarpellini 2008)

Bewezen effecten zijn[53]:

  • Preventie en vermindering van rotavirus of antibiotica-uitgelokte diarree
  • Vermindering van de symptomen van lactose-intolerantie
  • Vermindering van kanker-inducerende enzymen en bacteriële rottingsmetabolieten (putrescines)
  • Verbetering van alle ontstekingsziekten van het maag-darmkanaal
  • Preventie en behandeling van allergieën en atopisch eczeem bij kinderen
  • Preventie en behandeling van infecties van het ademhalings- en urogenitaal apparaat

Kortom

Het microbioom vormt een orgaan die tenminste net zo belangrijk voor je gezondheid is als je lever of nieren. Het microbioom is van groot belang bij het trainen en onder controle houden van het immuunsysteem. Het microbioom van de ouders heeft een grote invloed op het microbioom van het kind. Daarom is het voor een kind belangrijk dat de ouders al voor de zwangerschap hun microbioom optimaliseren. Dit kan door de juiste leefstijlaanpassingen op het gebied van voeding, stressmanagement en blootstelling aan microben van andere mensen en dieren. Maar ook door blootstelling aan microben in een natuurlijke omgeving.

Verder is de blootstelling aan microben gedurende de eerste levensjaren van een kind essentieel voor het trainen van het immuunsysteem. Een immuunsysteem dat niet goed wordt getraind is niet in staat om normaal te functioneren. Het gaat dan ook reageren op onschadelijke stoffen. Een overactief immuunsysteem met ontstekingsreacties is het gevolg. Dit is de oorzaak van veel gezondheidsproblemen, onder andere: allergieën, eczeem, astma, depressies, autisme, obesitas, reumatoïde artritis en auto-immuunziekten.

Dus

Optimaliseer je microbioom voor een goede gezondheid en herstel van klachten. Je microbioom wordt o.a. door voeding, beweging en ontspanning beïnvloed. Voor het optimaliseren van je microbioom zou je dus met al deze factoren rekening moeten houden. Wil jij weten wat mijn belangrijkste leefstijltips op het gebied van voeding, Intermittent Fasting (periodiek vasten) beweging en ontspanning zijn? Download dan hieronder mijn gratis e-book met meer dan 50 praktische tips, en versterk je gezondheid.

De basis van herstel (incl. >50 tips)E-book

De basis van herstel (incl. >50 tips)

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Aanbevolen boeken

Bronnen
[1] Alcock, J., Maley, C. C., & Aktipis, C. (2014). Is eating behavior manipulated by the gastrointestinal microbiota? Evolutionary pressures and potential mechanisms. Bioessays, 36(10), 940-949.
[2] Bull, M. J., & Plummer, N. T. (2014). Part 1: The human gut microbiome in health and disease. Integrative Medicine: A Clinician’s Journal, 13(6), 17.
[3] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[4] Stephen Stearns, professor Yale University. What is a disease? History and mismatch. Youtube: /> [5] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[6] Regionale Praktijkbijeenkomst: ‘Spijsverteringsproblemen: de impact op onze gezondheid’ van Natura Foundation.
[7] Myles, I. A. (2014). Fast food fever: reviewing the impacts of the Western diet on immunity. Nutrition journal, 13(1), 61.
[8] Rook, G. A. W. (2010). 99th Dahlem conference on infection, inflammation and chronic inflammatory disorders: Darwinian medicine and the ‘hygiene’or ‘old friends’ hypothesis. Clinical & Experimental Immunology, 160(1), 70-79.
[9] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[10] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[11] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[12] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[13] Schnorr, S. L., Candela, M., Rampelli, S., Centanni, M., Consolandi, C., Basaglia, G., … & Fiori, J. (2014). Gut microbiome of the Hadza hunter-gatherers. Nature communications, 5.
[14] De Filippo, C., Cavalieri, D., Di Paola, M., Ramazzotti, M., Poullet, J. B., Massart, S., … & Lionetti, P. (2010). Impact of diet in shaping gut microbiota revealed by a comparative study in children from Europe and rural Africa. Proceedings of the National Academy of Sciences, 107(33), 14691-14696.
[15] Lin, A., Bik, E. M., Costello, E. K., Dethlefsen, L., Haque, R., Relman, D. A., & Singh, U. (2013). Distinct distal gut microbiome diversity and composition in healthy children from Bangladesh and the United States. PloS one, 8(1), e53838.
[16] Alcock, J., Maley, C. C., & Aktipis, C. (2014). Is eating behavior manipulated by the gastrointestinal microbiota? Evolutionary pressures and potential mechanisms. Bioessays, 36(10), 940-949.
[17] Sonnenburg, E. D., & Sonnenburg, J. L. (2014). Starving our microbial self: the deleterious consequences of a diet deficient in microbiota-accessible carbohydrates. Cell metabolism, 20(5), 779-786.
[18] Heiman, M. L., & Greenway, F. L. (2016). A healthy gastrointestinal microbiome is dependent on dietary diversity. Molecular metabolism, 5(5), 317-320.
[19] Spreadbury, I. (2012). Comparison with ancestral diets suggests dense acellular carbohydrates promote an inflammatory microbiota, and may be the primary dietary cause of leptin resistance and obesity. Diabetes, metabolic syndrome and obesity: targets and therapy, 5, 175.
[20] Suez, J., Korem, T., Zeevi, D., Zilberman-Schapira, G., Thaiss, C. A., Maza, O., … & Kuperman, Y. (2014). Artificial sweeteners induce glucose intolerance by altering the gut microbiota. Nature, 514(7521), 181-186.
[21] Stephen Stearns, professor Yale University. What is a disease? History and mismatch. Youtube: /> [22] Heiman, M. L., & Greenway, F. L. (2016). A healthy gastrointestinal microbiome is dependent on dietary diversity. Molecular metabolism, 5(5), 317-320.
[23] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[24] Dethlefsen, L., Huse, S., Sogin, M. L., & Relman, D. A. (2008). The pervasive effects of an antibiotic on the human gut microbiota, as revealed by deep 16S rRNA sequencing. PLoS biology, 6(11), e280.
[25] Segata, N. (2015). Gut microbiome: westernization and the disappearance of intestinal diversity. Current Biology, 25(14), R611-R613.
[26] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[27] Bach, J. F. (2002). The effect of infections on susceptibility to autoimmune and allergic diseases. New England journal of medicine, 347(12), 911-920.
[28] Lowry, C. A., Smith, D. G., Siebler, P. H., Schmidt, D., Stamper, C. E., Hassell, J. E., … & Hoisington, A. J. (2016). The microbiota, immunoregulation, and mental health: implications for public health. Current environmental health reports, 3(3), 270-286.
[29] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[30] Lowry, C. A., Smith, D. G., Siebler, P. H., Schmidt, D., Stamper, C. E., Hassell, J. E., … & Hoisington, A. J. (2016). The microbiota, immunoregulation, and mental health: implications for public health. Current environmental health reports, 3(3), 270-286.
[31] Zhang, X., Zhang, D., Jia, H., Feng, Q., Wang, D., Liang, D., … & Lan, Z. (2015). The oral and gut microbiomes are perturbed in rheumatoid arthritis and partly normalized after treatment. Nature medicine, 21(8), 895-905.
[32] Chen, J., Chia, N., Kalari, K. R., Yao, J. Z., Novotna, M., Soldan, M. M. P., … & Weinshenker, B. G. (2016). Multiple sclerosis patients have a distinct gut microbiota compared to healthy controls. Scientific reports, 6, 28484.
[33] Legatzki, A., Rösler, B., & von Mutius, E. (2014). Microbiome diversity and asthma and allergy risk. Current allergy and asthma reports, 14(10), 466
[34] Alcock, J., Maley, C. C., & Aktipis, C. (2014). Is eating behavior manipulated by the gastrointestinal microbiota? Evolutionary pressures and potential mechanisms. Bioessays, 36(10), 940-949.
[35] David, L. A., Maurice, C. F., Carmody, R. N., Gootenberg, D. B., Button, J. E., Wolfe, B. E., … & Biddinger, S. B. (2014). Diet rapidly and reproducibly alters the human gut microbiome. Nature, 505(7484), 559-563.
[36] Alcock, J., Maley, C. C., & Aktipis, C. (2014). Is eating behavior manipulated by the gastrointestinal microbiota? Evolutionary pressures and potential mechanisms. Bioessays, 36(10), 940-949.
[37] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[38] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[39] Myles, I. A. (2014). Fast food fever: reviewing the impacts of the Western diet on immunity. Nutrition journal, 13(1), 61.
[40] Lowry, C. A., Smith, D. G., Siebler, P. H., Schmidt, D., Stamper, C. E., Hassell, J. E., … & Hoisington, A. J. (2016). The microbiota, immunoregulation, and mental health: implications for public health. Current environmental health reports, 3(3), 270-286.
[41] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[42] Ege, M. J., Bieli, C., Frei, R., van Strien, R. T., Riedler, J., Üblagger, E., … & Pershagen, G. (2006). Prenatal farm exposure is related to the expression of receptors of the innate immunity and to atopic sensitization in school-age children. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 117(4), 817-823.
[43] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[44] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[45] Dominguez-Bello, M. G., De Jesus-Laboy, K. M., Shen, N., Cox, L. M., Amir, A., Gonzalez, A., … & Mendez, K. (2016). Partial restoration of the microbiota of cesarean-born infants via vaginal microbial transfer. Nature medicine, 22(3), 250-253.
[46] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[47] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[48] Rook, G. A. W. (2010). 99th Dahlem conference on infection, inflammation and chronic inflammatory disorders: Darwinian medicine and the ‘hygiene’or ‘old friends’ hypothesis. Clinical & Experimental Immunology, 160(1), 70-79.
[49] Lowry, C. A., Smith, D. G., Siebler, P. H., Schmidt, D., Stamper, C. E., Hassell, J. E., … & Hoisington, A. J. (2016). The microbiota, immunoregulation, and mental health: implications for public health. Current environmental health reports, 3(3), 270-286.
[50] Heiman, M. L., & Greenway, F. L. (2016). A healthy gastrointestinal microbiome is dependent on dietary diversity. Molecular metabolism, 5(5), 317-320.
[51] Bloomfield, S. F., Rook, G. A., Scott, E. A., Shanahan, F., Stanwell-Smith, R., & Turner, P. (2016). Time to abandon the hygiene hypothesis: new perspectives on allergic disease, the human microbiome, infectious disease prevention and the role of targeted hygiene. Perspectives in public health, 136(4), 213-224.
[52] Suez, J., Korem, T., Zeevi, D., Zilberman-Schapira, G., Thaiss, C. A., Maza, O., … & Kuperman, Y. (2014). Artificial sweeteners induce glucose intolerance by altering the gut microbiota. Nature, 514(7521), 181-186.
[53] Seminar: ‘Spijsverteringsproblemen: de impact op onze gezondheid’ van Natura Foundation.

Reacties op dit artikel

1 reactie
  • Avatar for David Bauer
    David Bauer Geplaatst op 15 jul 2018

    Hierin kan ik mij volledig vinden als ‘Orthomoleculair Therapeut’. Het word hoogtijd dat wij en kat en, kat noemen.

    1x

Plaats een reactie op dit artikel

Reageer

Gerelateerd

Categorieën