Ferritine

Ferritine is de ijzeropslag in het lichaam. Aan de hand van ferritine kan de ijzerstatus in kaart worden gebracht. Ferritine is betrouwbaarder dan ijzer, aangezien de ijzerwaarde in het bloed erg kan schommelen. Daarnaast is ferritine een acute fase eiwit. Dit betekent dat de ferritineproductie verhoogd wordt bij een ontsteking. Verhoogde ferritinewaarden kunnen daarom zowel op een ijzerstapeling (Hemochromatose) als op een ontsteking duiden.

Veel mensen met een trage schildklier hebben een niet-optimale ferritinewaarde, ondanks hun waarde binnen de normale grenzen valt. Dit kan de reden zijn waarom restklachten aanwezig blijven. Bij een ferritine-status onder de 100 µg/L kunnen klachten aanwezig blijven.

Er blijkt een verband te zijn tussen de ferritine-status en de productie van rT3. Hoe lager de ferritine-status, hoe hoger de rT3 productie. Daarentegen blijkt een hogere ferritinewaarde samen te gaan met een hogere FT4 en FT3.

Het verhogen van de ferritinewaarde boven de 100 µg/L zorgt bij het merendeel van de mensen voor een vermindering van klachten.[1] Een ferritinewaarde boven de 100 µg/L lijkt dus optimaal te zijn.

Klik hier om de bronnen te zien
[1]Rayman, M. P. (2019). Multiple nutritional factors and thyroid disease, with particular reference to autoimmune thyroid disease. Proceedings of the Nutrition Society, 78(1), 34-44.

Gratis e-book

5 Oorzaken van trage schildklier restklachten

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.