Subklinische hypothyreoïdie

Wat is subklinische hypothyreoïdie

Subklinische hypothyreoïdie is een toestand waarbij bloedonderzoek aangeeft dat het TSH verhoogd is, terwijl het schildklierhormoon vrij T4 (FT4) een normale waarde heeft. Vaak zijn er geen duidelijke klachten van een trage schildklier aanwezig, maar het kan wel leiden tot vermoeidheid en andere aspecifieke symptomen. Vaak wordt subklinische hypothyreoïdie niet met schildkliermedicatie behandeld, omdat de TSH-waarde spontaan kan normaliseren. Slechts bij een klein deel van de mensen normaliseert de TSH weer. In sommige situaties kan een behandeling overwogen worden. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van verhoogde schildklierantistoffen (anti-TPO en/of anti-Tg) of een TSH-waarde hoger dan 10 mU/l.

Wat zijn de symptomen van subklinische hypothyreoïdie?

Symptomen van subklinische hypothyreoïdie variëren per individu en zijn vaak aspecifiek. Veel voorkomende symptomen zijn:

  • Vermoeidheid
  • Gewichtstoename
  • Gevoelige huid, dikkere huid
  • Opgezette oogleden
  • Opgeblazen gezicht
  • Hoge en lage bloeddruk
  • Lichte afwijkingen van het lipidenspectrum (bloedvetten: triglyceriden, cholesterol)
  • Ovulatieproblemen
  • Psychische klachten

Hoe wordt subklinische hypothyreoïdie gediagnosticeerd?

Subklinische hypothyreoïdie wordt gediagnosticeerd door middel van bloedonderzoek, waarbij de TSH en het schildklierhormoon vrij T4 (FT4) worden gemeten. Er is sprake van subklinische hypothyreoïdie als de TSH-waarde verhoogd is, terwijl het FT4 binnen de normaalwaarden van het laboratorium valt. Meestal wordt de diagnose pas gesteld als de TSH-waarde bij twee of drie metingen verhoogd is.

Wat zijn de oorzaken van subklinische hypothyreoïdie?

Mogelijke oorzaken van subklinische hypothyreoïdie zijn:

Hoe wordt subklinische hypothyreoïdie behandeld?

Vaak wordt subklinische hypothyreoïdie niet met schildkliermedicatie behandeld, omdat de TSH-waarde spontaan kan normaliseren en er soms ook bijwerkingen kunnen optreden. Herstel van het TSH-gehalte gebeurt echter maar bij een klein deel van de mensen. In sommige situaties valt een behandeling met schildklierhormoonmedicatie (Levothyroxine, T4 hormoon) te overwegen. Dit helpt om de bloedwaarden van de hormonen binnen het normale bereik te houden en kan de symptomen bij een deel van de patiënten verminderen. Een behandeling van subklinische hypothyreoïdie kan overwogen worden bij:

  • Aanwezigheid van verhoogde antistoffen tegen schildklierperoxidase (schildklierantistoffen: anti-TPO)
  • Een TSH-concentratie hoger dan 10 mu/l
  • Aanwezigheid van een of meer risicofactoren voor hart- en vaatziekten
  • Onvervulde zwangerschapswens bij ovulatiestoornissen
  • Zwangerschap

Bij vermoeidheid en cognitieve en depressieve klachten kan een proefbehandeling van drie maanden overwogen worden. Dit leidt bij een deel van de patiënten tot een afname van klachten.

Gebruik van levothyroxine

Bij een juiste dosering treden in het algemeen geen bijwerkingen op. Bij overdosering kunnen de volgende symptomen optreden:

  • Tachycardie (hartslag van >100 in rust)
  • Palpitaties (hartkloppingen)
  • Hypertensie (verhoogde bloeddruk)
  • (toename van) pijn op de borst /hartkrampen
  • Beven of trillen van bepaalde lichaamsdelen
  • Nervositeit
  • Slapeloosheid
  • Hoofdpijn
  • Toegenomen eetlust
  • Gewichtsverlies
  • Zweten
  • Braken
  • Diarree
  • Koorts

Kan subklinische hypothyreoïdie behandeld worden tijdens de zwangerschap?

Ja, subklinische hypothyreoïdie kan behandeld worden tijdens de zwangerschap. Het is belangrijk om de bloedwaarden van de hormonen (TSH en FT4) in de gaten te houden en de behandeling aan te passen indien nodig. Raadpleeg je arts, endocrinoloog, internist of gynaecoloog voor advies.

Kan subklinische hypothyreoïdie leiden tot andere gezondheidsproblemen?

Subklinische hypothyreoïdie kan het risico op hart- en vaatziekten (licht) verhogen en een negatief effect hebben op de psychomotorische ontwikkeling van de foetus en het verloop van de zwangerschap. Verder kan subklinische hypothyroïdie zich ontwikkelen tot klinische hypothyreoïdie.

Wat is het verschil tussen subklinische hypothyreoïdie en klinische hypothyreoïdie?

Het verschil tussen subklinische en klinische hypothyreoïdie is dat er bij laatstgenoemde wél sprake is van een verlaagd vrij T4 (FT4) én duidelijke symptomen van een trage schildklier. Bij een deel van de mensen ontwikkelt subklinische hypothyreoïdie zich in klinische hypothyreoïdie (trage schildklier).

Supplementen bij subklinische hypothyreoïdie

Er zijn onderzoeken die aantonen dat supplementen met vitamine D en magnesium de TSH-waarde kunnen laten dalen. Daarentegen kunnen magnesiumsupplementen de opname van schildkliermedicatie remmen als je te weinig tijd houdt tussen de inname van schildkliermedicatie en het magnesiumsupplement. De TSH-waarde kan hierdoor stijgen en je FT4 dalen. Dit kun je voorkomen door het magnesiumsupplement minimaal 2 uur vóór of 4 uur na de inname van schildkliermedicatie te slikken. Jodiumsupplementen kunnen de TSH-waarde laten dalen als je een jodiumtekort hebt, maar het kan je TSH ook laten stijgen als je te veel jodium inneemt. Verder kan ashwagandha (withania somnifera) het TSH verlagen en de T3 en T4 verhogen. Aloë vera (aloë barbadensis miller) laat het TSH ook dalen, terwijl het FT4 stijgt. Het TSH-gehalte kan ook verlagen door de inname van zwarte komijnzaad (Nigella Sativa).

Hoe groot is de kans dat subklinische hypothyreoïdie over gaat in klinische hypothyreoïdie?

Het risico op de ontwikkeling van klinische hypothyreoïdie hangt samen met de hoogte van de TSH-waarde:

  • TSH <6 mU/l: grootste kans op herstel TSH-waarde
  • TSH 6-10 mU/l: grotere kans op herstel TSH dan op ontwikkeling klinische hypothyreoïdie
  • TSH >10 mU/l: grotere kans op ontwikkeling klinische hypothyreoïdie groter dan op herstel van TSH-waarde

Verhoogde schildklierantistoffen bij subklinische hypothyreoïdie

Als de schildklierantistoffen anti-TPO en/of anti-Tg hoger zijn dan de normaalwaarden van het laboratorium, dan is er sprake van een auto-immuunreactie tegen de schildklier (ziekte van Hashimoto). Hierbij valt je immuunsysteem je schildklier aan, waardoor het ontstoken en beschadigd raakt. Na verloopt van tijd raakt de schildklier steeds meer beschadigd en neemt de grootte letterlijk af. Hierdoor neemt de productie van schildklierhormonen steeds meer af, waardoor op een gegeven moment een tekort aan schildklierhormonen kan ontstaan. Vanaf dat moment stijgt de TSH nog verder én zie je ook een afname van FT4. Als het FT4 lager dan de normaalwaarden van het laboratorium is, dan is er sprake van klinische hypothyreoïdie. Gemiddeld duurt het zo’n 7 jaar na de eerste meting van verhoogde schildklierantistoffen voordat er klinische hypothyreoïdie (een trage schildklier) ontstaat.

Ziekte van Hashimoto is meest voorkomende oorzaak van een trage schildklier

In meer dan 90 procent van de gevallen wordt een trage schildklier veroorzaakt door een auto-immuunziekte van de schildklier, namelijk de ziekte van Hashimoto.

Klik hier voor de bronnen
https://www.ntvg.nl/artikelen/subklinische-schildklierfunctiestoornissen
https://schildklier.nl/schildklieraandoeningen/te-trage-schildklier/oorzaken/subklinische-hypothyreoidie/

AIP dieet voedingslijst

Met deze lijst kun je direct zelfstandig aan de slag.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.